Het Dorp

De negeri

Amanorolo, Baileo, batu pemali, cuci negeri, apate pata siwa, rumah pemali
Kapata: Gezongen tijdens de bouw van de baileo Makariki

AMANOROLO

Bovenstaande kreet - in Makariki's eigen taal - betekent woonplaats, de samenvoeging van een aantal gehuchten, of gewoon "groot dorp". De traditionele Alfoerse bergdorpen, negeri gunung, werden bij voorkeur op hoge toppen gebouwd op de rechteroever van een riviertje. Het eerste vanwege de veiligheid en het tweede vanwege het water. De veiligheid had vooral te maken met rondzwervende vijanden die het op je kop hadden voorzien. Hoe hoger je zat, des te vermoeiender voor de sneller om zijn prooi te bereiken. Bovendien had het dorp maar twee toegangspaadjes - één voor en één achter - die vrij eenvoudig te bewaken waren.

Dat bewaken noemde men in het Maleis respectievelijk: "jaga pintu negeri sebelah hadapan" (de voordeur van het dorp bewaken) en "jaga pintu negeri sebelah belakan" (de achterdeur van het dorp bewaken). De wachtdienst werden verricht door de beide clans van de Soa die het gehucht bewoonden. Soms ontleenden de clans daar later hun familienaam aan, zoals bij de in Makariki bekende families WATTIMENA en WATTIMURY. (watti=waken, mena=voor, muri=achter).

Het water is uiteraard een onmisbaar element in het gezinsleven. Woon je echter boven op een bult en het riviertje waaruit je je water moet putten ligt vijftig meter of meer meters lager, wordt de voorziening in de woning toch wel enigszins problematisch. Natuurlijk is het erg fijn om een vrouw en een paar kinderen te hebben, die je er even om kunt sturen, maar de snelheid waarmee dat gebeurt beïnvloed toch op z'n minst de mater van je dorst. Het zal je daarom in het geheel niet verbazen dat onze voorvaderen het principe huldigen Water is voor de vissen. Inventief als ze waren monteerde zij dan ook - heel vernuftig - een bamboe koker door het dak van hun woning (aan de mannelijke zijde van het huis) een verdomd lang ding (grote inhoud) dat van buitenaf op de gaanderij, met sageru gevuld kon worden. Van binnenuit leegden de heren de bamboe door middel van een ingenieus geconstrueerd kraantje. Over comfort gesproken, hè? Zie je pa al liggen op z'n kursi-malas (luie stoel) met van tijd tot tijd zijn toeter aan dat kraantje?

Een dergelijk dorp bestond niet uit een verzameling zo maar willekeurig gezette paalwoningen, de traditionele RUMAH-RUMAH TAGANTUNG (letterlijk: hangende huizen). Nee, het dorp was gebouwd volgens een bepaald patroon met kosmologische- en sociale elementen. Hierin nam de baileo (dorpshuis) met de daarbij behorende batu pemali, de offersteen, een centrale plaats in, terwijl ook hier de traditionele tweedeling een belangrijke rol vervulde. Dat laatste kwam tot uiting door het dorp - denkbeeldig - in twee gedeelten te splitsen. Het ene deel werd dan geacht bij de zee te behoren en het andere deel tot het land.

De stamleden woonachtig in het tot de zee behorende deel, werden betiteld als de WITTE VERWANTENGROEP en diegenen het voorrecht hadden in het tot land behorende deel te wonen werden aangeduid als de ZWARTE VERWANTENGROEP of respectievelijk vrouwelijk of mannelijk. De behoefte om tegenstellingen te scheppen vindt men ook terug in veel titels en namen van dorpen en families. Voor het verschijnsel op zich kunnen we geen verklaring geven, maar dat ook anderen naar uitleg zochten blijkt uit een aantekening van een bestuursambtenaar die er een aantal van op een rijtje zette:
links (aupapa) vrouweljk (pipinalo) rechts (aunina) mannelijk (manawalo)
achter muri voor mena
zee zijde) lau landzijde ria
beneden hoholohu boven louïaha
west hala-olo oost imurolo
wit puï zwart meë (meten)
oud muïwa nieuw hoöro
water aëlo land riamuri
aarde umelo hemel lainolo
kind ana (anak) nageboorte lahaté
huid urtolo vlees isiro
mindere mahale meerdere lebe repu
laag hoho hoog loö

De kern van het dorp werd gevormd door de steen met de baileo als sociaal- en ritueel centrum. In een later stadium ging ook de kerk of moskee daartoe behoren. Hier omheen stond het woongedeelte van het dorp, verdeeld in eerder genoemde helften. De denkbeeldige grens tussen de delen liep vermoedelijk door het hart van de steen en vormde zodoende de noord-zuid of oost-west as van het dorp. De periferie, de buitenste rand om het woongedeelte, was als het ware de "onreine zone". Daar bevonden zich de menstruatiehutten en werd het terrein gebruikt als openbaar toilet. (de woonhuizen kenden geen sanitaire voorzieningen).

De latere stranddorpen verloren veel van het karakteristieke dorpsgezicht door dat:
1. De richtlijnen van de koloniale overheid de plattegronden veranderden in een aantal elkaar rechthoekig kruisende straten. De RUMAH RAJA (woning van de dorpsbestuurder) ziet uit op zee en er loopt een straat van het huis naar het strand.
2. Paalwoningen werden successievelijk vervangen door huizen gewoon "di atas tanah" te bouwen. Ze kwamen op een min of meer ruime kintal (erf) te staan dat me - soms - beplantte met vruchtbomen en van een pagar (hekwerk) te staan dat me soms beplantte met vruchtbomen en van een pagar van bamboe of levend houdt voorzag.

De kern van het dorp werd gevormd door de steen met de baileo als sociaal- en ritueel centrum. In een later stadium ging ook de kerk of moskee daartoe behoren. Hier omheen stond het woongedeelte van het dorp, verdeeld in eerder genoemde helften. De denkbeeldige grens tussen de delen liep vermoedelijk door het hart van de steen en vormde zodoende de noord-zuid of oost-west as van het dorp. De periferie, de buitenste rand om het woongedeelte, was als het ware de "onreine zone". Daar bevonden zich de menstruatiehutten en werd het terrein gebruikt als openbaar toilet. (de woonhuizen kenden geen sanitaire voorzieningen).

De latere stranddorpen verloren veel van het karakteristieke dorpsgezicht door dat:
1. De richtlijnen van de koloniale overheid de plattegronden veranderden in een aantal elkaar rechthoekig kruisende straten. De RUMAH RAJA (woning van de dorpsbestuurder) ziet uit op zee en er loopt een straat van het huis naar het strand.
2. Paalwoningen werden successievelijk vervangen door huizen gewoon "di atas tanah" te bouwen. Ze kwamen op een min of meer ruime kintal (erf) te staan dat me - soms - beplantte met vruchtbomen en van een pagar (hekwerk) te staan dat me soms beplantte met vruchtbomen en van een pagar van bamboe of levend houdt voorzag. CUCI NEGERI.

Om de samenhang van het dorp met de kosmos te benadrukken en te hernieuwen, is het dorp volgens de adat-regels ontworpen aan een jaarlijks - nu meestal voor de kerstdagen - terugkerende ceremonie. Die staat bekend als "cuci negeri", het wassen van het dorp. Het wordt gezuiverd en gereinigd van alle ongelijke ongerechtigheden zoals onkruid, dode takken, bladeren etc. De rotzooi wordt verbrand, waarna het resultaat symbolisch met water wordt gewassen. Er lopen dan enige mensen door het dorp met een dikke bamboestok, waarvan de schotten bij de knopen zijn doorgestoken en van binnen met bladeren is schoongemaakt, gevuld met water rond te zeulen en te sprenkelen.

Het ritueel is enigszins vergelijkbaar met de reinigingsrite van het meisje na de eerste menstruatie. In Makariki is het gebruik verwaterd en vermengd met het ritueel dat wordt toegepast bij het plaatsen van een SASI. De vier Soa-hoofden houden op de vier hoeken van het dorp een PASAWALI, een redevoering, in de bahasa tanah. Het lijkt meer op een "dank je wel" voor het afgelopen jaar en heeft ons inziens weinig te maken met de oorspronkelijke bedoeling.

BAILEO.

Baileo of baileuï is een Moluks woord dat je het beste kunt vertalen met "gebouw", beter gezegd "vergaderlokaliteit". Ontstaan in een tijd dat noch Islam, noch christendom bij onze voorouders bekend waren, werd de ruimte tevens gebruikt voor religieuze rituelen. Waarschijnlijk was dat laatste de reden dat er meerdere soorten in gebruik zijn geweest. We zullen je er met vier kennis laten maken als basis voor het begrip.

1. BAILEO PUSAKA.

Dit soort baileo is zo goed als zeker de oudste vorm van een gemeenschapshuis. Een gemeenschap die zich uitsluitend bepaalde tot de naaste verwanten. Reden waarom dit bouwwerk ook wel BAILEO SOA ofBAILEO MATA-RUMAH werd genoemd. Het was een vrij klein gebouwtje, ongeveer vier bij vier meter, bedoeld als bewaarplaats van de HARTA PUSAKA (erfstuk) van de familie. De baileo-pusaka behoorde niet tot de zogenaamde "gewijde" gebouwen, wat betekende dat er onder de fundering van een gesnelde hoofd behoefde te worden begraven. Zowel mannelijke- als vrouwelijke familieleden hadden toegang tot het bouwsel.

2. BAILEO ANAKOTA.

Betreffende dit soort baileo hebben we al geschreven in het verhaal over de kakehan. Wij vertelden in dat hoofdstuk al dat de baileo bestond uit een aanbouwsel aan de woning van de Anakota. Voor de bouw van deze optrek was het een must om onder de hoofdstijl van de aanbouw een gesnelde hoofd te begraven. Ondanks deze wijding was de ruimte geen verboden terrein voor vrouwen, althans de vrouw van de hogepriester (de priesters in die tijd leefden bij lange niet in celibaat) speelde er een belangrijke rol in. De Anakota bewaarde in zijn baileo de zogenaamde "barang pemali" de TANE MOMONI (heilige voorwerpen). Onder de heilige voorwerpen bevond zich een zeer oude glazen armband, vermoedelijk 'made in China', de MAMAKUR geheten. Het ding was - ter voorkoming van de breuk - omwikkeld met 'gamutu' (de zwarte vezels van de aren-palm in het Indonesisch ijuk geheten).

3. SOANAO (Tanopane).

Het type baileo dat echt wat je noemt een pemali of taboegebouw was. Dit was de plaats waar men de gesnelde hoofden bewaarde, een sacrale (gewijde) ruimte. Bij de bouw ervan moest so wie so onder de hoofdstijl de schedel van een vijand begraven worden. Normaliter was het gebouw niet toegankelijk voor vrouwen, er was echter één uitzondering, tijdens de Maro-dans gold het verbod niet. De maro of mako-mako werd immers om en om door mannen en vrouwen 's nachts in de baileo gedanst. In tegenstelling tot de cakalele, waaraan uitsluitende mannen deelnamen, die buiten op de TAMENE (dansplaats voor de baileo) werd uitgevoerd. Onder de kap van het gebouw werd de veroverde schedels opgeslagen in de daartoe bestemde vakken, waarvan je hieronder een schema.

> klik op de fot voor een vergroting

A = Vrouwenschedels;
B = Ingang;
C = Mannenschedels;
D = Jongensschedels;
E = Meisjesschedels

Op ca. één dèpa - ongeveer 180 cm - achter de baileo was een gat in de grond gegraven dat toegang verschafte tot een onderaards hol waarin de Harta Pusaka werd bewaard. Dat hol stond onder beheer van de MAOWIN-BESAR of zijn MARINYO, de enige twee personen die er toegang toe hadden. In de meester nederzettingen van de Pata Siwa Hitam waren gewoonlijk zes maowins - priesters - waarvan de slimste de functie van maowin-besar - hoofdpriester - vervulde.

4. BAILEO UTARO.

Andere synoniemen voor deze dorpsbaileo zijn: BAILEO LATU, OSARI,SISIN, SISINE HENA en TAIRAN. Hoewel het geen sacrale ruimte betrof was er oorspronkelijk toch wel een schedel nodig voor het verkrijgen van een deugdelijk gegrondvest onderkomen. Bij gebrek aan een dergelijk relikwie (in het koloniale tijdperk had Zijne - en later Hare Majesteits vertegenwoordiger het verkrijgen ervan uitermate bemoeilijkt door een snel-verbod) liet men dan maar een klein gedeelte van één der topgevels in het dat open, als teken aan de geesten der voorouders dat er nog het één en ander aan het gebouw ontbrak.

Makariki's baileo behoorde bij deze categorie en sierde het dorp tot ver in de twintiger jaren van onze eeuw. Ergens omstreeks 1940 - de juiste datum weten we niet - werd er een nieuwe baileo gebouwd ter gelegenheid van het in Makariki te houden bikin panas pèla, een heractivering van het oude pèlaverbond met Itawaka. Hoelang het bouwwerk er na de festiviteiten heeft gestaan is ons ook al onbekend. Het toenmalige pand dat werd opgetrokken als BALAI DESA (dorpshuis), heeft weinig of niets met oude tradities te maken.


klik op de foto voor een vergroting

PATA LIMA Negeri Watane
Traditionele dorps-baileo
Baileo negeri nasional
Utaro adat

klik op de foto voor een vergroting
PATA SIWA PUTIH Negeri Amahai
Modern equivalent dorps-baileo
Baileo negeri banding-moderen
Utara tempo hooro


De baileo in Makariki.

klik op de foto voor een vergroting
Aan de openingen in de topgevel kun je zien dat er geen gesnelde kop onder de tiang pertama is begraven.

klik op de foto voor een vergroting
Het interieur van de baileo
Pedalaman baileo
Utaro - lalono

De baileo's droegen een titel die werd genoemd tijdens ceremoniën in en om het gebouw. Een goed voorbeeld is de baileo van Itawaka, namelijk SIMALOA PELAMANU. Wat het gebruik van die naam betreft waren er wel restricties. De enige personen die het voorrecht genoten de titel te mogen uitspreken waren de TUAN TANAH en bij afwezigheid de MAÄ TOKE. Deze twee figuren werden tevens beschouwd als tussenpersoon tussen het volk en de geesten der voorouders, die geacht werden in de baileo te huizen. Wilde men gebruik maken van de baileo moest dus een van beiden de voorouders om toestemming vragen. Dat ging vrij officieel, de vrager blies eerst op de TUNURI (triton schelp) vervolgens hield hij een BERKATA (mondeling verzoek gericht aan de voorouders), waarna de baileo kon worden betreden.

Je kon overigens niet zo maar in je spijkerbroek naar binnen, oh nee, men deed dat in het zwart gekleed met een rode doek om de hals. Het doel van de kledij is, om de geesten de indruk te geven met en andere geest van doen te hebben, zo van "ons kent ons". Bij belangrijke - de adat betreffende - gebeurtenissen wordt dit soort kleding in Makariki nog steeds door de mannelijke bevolking gebruikt.

Als de baileo gerepareerd moest worden had men, vanwege die geesten, daar maar één dag de tijd voor. Anders zouden ze het zonder onderdak hebben moeten stellen en waren ongetwijfeld hier over in toorn ontstoken. Nou, en ieder kind weet tenslotte dat als zijn vader boos wordt, het er niet best uit ziet. Laat staan als het je voorvader is. Trouwens het bouwen van een baileo volgens de regelen der adat was voorwaar geen eenvoudige zaak. De eerste en voornaamste eis die, al vanaf het bouwplan en daarna bij iedere fasering in de uitvoering, een belangrijke rol speelde en strikt in acht werd genomen, was het bepalen van de TANUAR of TANATI. De tanuar zijn tekens die bepaalde dagen bestempelen als zijnde gunstig voor voorgenomen werkzaamheden. Men stelt ze vast aan de hand van de maanstand en de daarvan afhankelijke getijden van de zee.

klik op de foto voor een vergroting
Baileo Wanate. Tifa Negeri

klik op de foto voor een vergroting
Baileo Amahei. Tifa negeri

Volgens zeggen zijn de beste tanuars die welke vallen op de 3e of de 7e dag van de Nieuwe Maan. In het eerste geval wacht men op AIR NAIK (begin van de vloed, opkomend water) in het tweede op AIR PONUH (hoogste stand van de vloed, dood tij). In Makariki blijkt de tanuar min of meer afhankelijk te zijn van de tijd. Onze zegsman noemde, klokke drie uur in de vroege ochtend. De man heft in zoverre de waarheid gesproken dat, toen er in oktober 1987 een Adat-ritueel zou plaatsvinden, één der marinyo's tegen half drie in de prille ochtend - zeg maar gerust nacht - oorverdovend op de TIFA NEGERI begon te slaan. Dit sein werd gegeven om de deelnemers aan te sporen zich in de baileo te verzamelen. Het werd enige malen herhaald - o.i. volkomen onnodig want je kon het op sloffen 6 km verder in Masohi horen. Sjonge wat geeft die trommel een geluid - tot alle betrokkenen klokke drie in de baileo aanwezig waren. Tot onze spijt zij we vergeten het tij te controleren, dat maakt wel duidelijk dat die procedure de voortgang van een werk niet bevorderd.

Waren de tanuar's eenmaal bepaald, restten de kosten voor de foerage van de bouwvakkers. De dorpsbewoners moesten hiervoor - naar rato - een bedrag BEDATI bijdragen. Bovendien moest ieder gezin ook nog rijst, wat tunangs sagu, sagu-lembeng, aardvruchten zoals keladi e.d. in voorraad hebben. Dit alles om de pèla's, de vertegenwoordigers van uitgenodigde dorpen en de bevolking zelf gedurende de bouw - en dat kon weken duren - van hun "natje en droogje" te voorzien. Daarnaast had men de loffelijke gewoonte om de avonden - en nachten - tijdens de constructie periode te korten met zang en dans, onder het genot van sageru en koolwater (respectievelijk palmwijn en een borreltje.)

De baileo moest verrijzen op een erf, een tamelijk groot terrein. Aan de zeezijde ervan werd een dikke 200 meter vierkante meter bestemd als dansplaats, TAMENA of TAMENE genaamd. De oostzijde van het erf bood plaats aan de BATU PEMALI, de heilige steen, die op een door crotonstruiken (pohon kadihu) afgepaald vierkant, de WELUWA, stond. Deze weluwa was voor vrouwen pemali, met andere woorden "verboden toegang". Het terrein had daarnaast ook nog de functie van parkeerplaats; als namelijk de dorps-arombai niet in de vaart was, werd het - onder een afdakje van atap - daar gestald. Buiten zo'n tijdelijk afdakje of bijvoorbeeld een TREPAL (zeil, tent) t.b.v. feestelijke activiteiten mocht er op het terrein absoluut niet gebouwd worden. Evenmin mochten de speciale beplantingen, benodigd voor de religieuze ceremoniën, worden verwijderd zonder rituele noodzaak.

Afmeting en situering van de baileo waren aan de nodige kosmische regels gebonden, waarnaast rekening werd gehouden met de magische getallen 9 of 5. Bij de Pata Siwa (negen-groep) mocht de lengte van de druiplijn (onderste dakrand) van het dak van de baileo nooit groter zijn dan negen lirang. De lirang is een bamboe lat van één dèpa - vadem ca. 180 cm - lang, waaraan de atap, de dakbedekking, is bevestigd. Een rekensommetje leert ons dat de lengte waarover we spraken maximaal iets meer dan 16 meter mat. De breedte lag niet zodanig vast, maar bedroeg in de praktijk vier to vijf lirang, dus een druiprand van 7 tot 9 meter. Als je er vanuit gaat dat het dakoverschot ca. 1 meter bedroeg, krijg je een vloeroppervlakte variërende van een 75 tot 100 vierkante meters. De langszijde lag evenwijdig aan lijn Oost- West, de opkomst en ondergang van de zon. Deze lijn vormde tevens de basis van een denkbeeldige gelijkzijdige driehoek, waarfan de top het hart aangeeft in plaats van de Batu Pemali (zie schematische voorstelling).

In de hiervoor genoemde, Oost-West richting stond de baileo op een aantal rijen palen, overeenkomende met het aantal in het dorp aanwezige Soa's. In Makariki's geval dus vier rijen. Het aantal palen - of stijlen - per rij was, of afhankelijk van de mata rumah (familie-stam)per Soa, of van het aantal dati's, die het exclusieve recht hadden palen te leveren en te plaatsen. In het bovengenoemde zit een contradictie, namelijk a) het aantal mata rumah per soa bleef constant b) het aantal dati (coöperatieve verwantgroep) niet, omdat ze aan uitsterving (lunyap) onderhevig waren.

De laatste traditionele baileo in Makariki - die uit de veertiger jaren - werd gebouwd op 16 palen. De vier hoekpalen gaven de Soa's aan de 12 resterende de toen aanwezige dati's. Voordat de eerste paal, TIANG PERTAMA of TIANG BERMULA (dit is altijd de hoekpaal welke zich rechts van de ingang - dus tegen het oosten - bevond) geplaatst werd waren alle verder benodigde materialen voor de afbouw gereed en op de bouwplaats aanwezig. De gereed gekomen baileo werd in de eerste plaats gebruikt voor de besloten vergaderingen van de Saniri Negeri (dorpsraad). Daarnaast voor hoorzittingen met een openbaar karakter. Ook de "snelfeesten" en religieuze rituelen vonden hier hun beslag. Pas veel later werden er ook bruiloften en partijen gehouden. Men kende overigens een apart woord voor "feestzaal" namelijk: SISIOMINE, maar nadere informatie hieromtrent ontbreekt. Vreemd genoeg werd de baileo vroeger ook gebruikt als PASANGGRAHAN (logeergebouw) wat kennelijk in strijd met de adat was

klik op de tekening voor een vergroting
Schematische voorstelling batu baileo Makariki

Batu pemali

Het oudste erfstuk dat ons door de voorvaderen werd nagelaten is de Batu Pemali (verboden steen). De steen noemt men ook wel de >BATU BAILEO omdat dit gebouw in de directe nabijheid ervan werd opgetrokken. Makariki heeft er twee. Ja, dat had je niet gedacht, maar het is echt zo. De jongste van de twee staat te pronk op de huidige locatie van Makariki aan de rivier de Nalawaë. De oudste bevindt zich op het erf van de familie Halatu (nakomelingen van de Radja van Amahai) in het dorp Soahuku. We komen hier later op terug. Zo te zien lijkt het op een kleine "hunebed" maar daarmee houdt de vergelijking dan ook meteen op. Het heeft namelijk niets met een graf te maken, maar is een offersteen of altaar. Nu echter bovendien een herinneringsmonument ter ere van de illustere voorouders, de stichters van Makariki.

De vier draagstenen stellen symbolisch de zuilen voor die aan het einde der wereld de hemel schragen. De hemel wordt gesymboliseerd door de deksteen. Naast deze symboliek de meer prozaïsche kant van de zaak, waarbij de draagstenen de vier Soa's voorstellen en daarom soms MAÄHAHA> werden genoemd. Dat woord kun je op tweeërlei wijze interpreteren:

1. De vier personen
2. De dragers (maä = persoon haha= vier, dragen).
De draagstenen zijn volgens een bepaald kosmologisch patroon in een kring geplaatst, waarin de volgorde en functies van de Soa's zijn vastgesteld. Een en ander hebben we zichtbaar gemaakt in de schematische voorstelling hierboven.

klik op de foto voor een vergroting
Batu Pemali van Amahai

In de goede tijd werd de steen niet alleen gebruikt als etalage voor het vertonen van het vers veroverde hoofd van een buurman. Nee hoor, het was tevens het communicatie apparaat met de geesten der voorouders. Zo werden er van tijd tot tijd zogenaamde APAPUA's op neergelegd ter bevordering van de omgang tussen de geesten en hun nog in het aardse tranendal ronddolende cucu's (kleinkinderen). Zo'n apapua bestond uit een met veel zorg samengestelde verse sirih-pruim. Volgens een aantal bronnen stonden de stenen in de zogeheten Pata Siwa Putih dorpen in een iets schuine stand. Dat wil zeggen dat de deksteen aan de oostzijde hoger lag dan aan de westzijde.

Bij de steen van Makariki, is dat duidelijk te zien, helaas hadden we geen vergelijkingsmateriaal, omdat het enige andere Pata Siwa Putih dorp met een steen dat we bezochten het dorp Amahai was. Hier heeft men echter, in een goed bedoelde restauratiepoging, de gebroken steen op een vlak liggend betonplaatje - wat op de 4 draagstenen is geplaatst - gelegd. Wij zelf leefden in de veronderstelling dat de schuine stand bedoeld was om er gesmolten damar vanaf te laten lekken. Maar dat is dus niet zo. Damar, een harssoort, werd door de Alfoeren onder andere gebruikt voor flambouwen en toortsen.

De zogenaamde Batu Pemali vind je verspreidt door de hele Molukse archipel. Sommige, zoals bijvoorbeeld de steen van Soya-Diatas op Ambon, genieten zelfs een vrij grote bekendheid. Er zijn er die liggen op lang geleden verlaten oorden, waar dan vroeger de NEGERI LAMA, het oorspronkelijke stamdorp, zou hebben gelegen. Dat betekent dat in die gevallen bij een verhuizing naar een nieuwe vestiging de steen niet werd meegenomen. Het criterium "waarom" blijft onduidelijk, te meer daar het tegendeel ook plaats vond. Nemen we Makariki als voorbeeld, dan leren we dat de steen in het dorp aan de Nalawaë is meegetorst van het sinds 1868 verlaten dorp aan de Waë Saïro, een afstand van ca. 1500m.

Daar tegenover vinden we op één van Makariki's vroegere locaties - aan de baai van Amahai - een batu pemali die daar omstreeks 1670 moet zijn achtergelaten. De bovenkant van de deksteen van deze batu pemali ligt bijna onder het maaiveld (wil je hem zien, moet je het zand eraf vegen), maar het verhaal wil dat de steen op gezette tijden omhoog komen en duidelijk centimeters boven het omringende erf uitsteekt. Voor dit natuurverschijnsel zal tenchisch wel een plausibele verklaring te vinden zijn, maar Molukkers - ook de eigentijdse - verbinden er bovennatuurlijke krachten aan.

klik op de foto voor een vergroting
Batu Pemali van Soya-diatas

Wij lieten ons vertellen, dat deze steen slechts door drie tungguls (letterlijk: stutten) gedragen zou zijn. Met andere woorden, er zouden ter plekke slechts drie Soa's hebben gebivakkeerd. Nu hebben we ter plaatse geen archeologische opgraving laten verrichten, dus in feite weten we niet hoeveel tunguls er onder de deksteen liggen.

Maar stel dat het waar is, dan rest ons de volgende conclusie:
a) De archieven van de VOC wijzen uit dat Makariki reeds voor 1656 vanuit het deltagebied van de Ruata verkast was naar een plek in de omgeving van Tanjung Kuako;
b) Er vanuit gaande dat alle oorspronkelijke Mata Rumah
1. Wattimena
2. Wattimury
3. Titihalawa
4. Titiheru
5. Titiahy
6. Mairima
7. Lawahery
8. Potorow
bij de eerdere stichting van Makariki aanwezig waren;
c) conclusie: De tweedeling van de Soa Waë en Soa Wael heeft pas in een later stadium plaats gevonden.

Normaal gesproken behoorde het beheer en onderhoud van de steen tot de taak van de Maätoke, assistent van de Tuan Tanah, die ook optrad als MUTAKEI (mutakai = oudste), voorganger. Deze man leidde de rituelen en ceremoniën waarbij de Batu baileo een centrale rol vervulde, zoals o.a. het afnemen van de eed.

batu pemali van Makariki
Batu pemali van Makariki
Batu pemali van Makariki van boven naar onder, respectievelijk de westzijde en de oostzijde
Oude Batu Pemali van Makariki in Soahuku
Makariki's steen in Soahuku
Apate Pata Siwa Putih

De Pata Siwa Putih eed:

E. Upu Allah hatala huolo, Inao Lapuano, Hurano, Riamaäno, Peleawa, Pelemasa, wui lauwaha, muria hoho sawa
Osu siwa ne kolom, laweri siwa ne werim
Wuï riamuri, muralaosiwa ne okom
Hahu siwa ne walam
U maä, maä Ruma molone
Sisio, Purakao ne suhu semian-duno
Kalau pisara aya (ne) maänta

Vertaling:

O, Here God de Allerhoogste in de hemel, Moeder Aarde, Maan, Zon, Morgenster, Avondster, wanneer Gij op de zee vaart zult ge midden op die zee verdrinken
Negen haaien zullen U verslinden, negen zaagvissen U doorzagen
Wanneer Gij aan land gaat, zullen negen slagen U bijten
Negen python-slangen zullen U verzwelgen
Negen zwijnen zullen U verwonden
Gij zult sterven, uw huis zal uitsterven
Siki- en Polalakabomen zullen op Uw erf groeien
Wanneer gij uw woord zult breken.

Note:
inya patola = pythonsalgn, sisi en purakao - siki en polaka, bomen die alle andere aanplant vernielen en de tuin ruïneren.<

Rumah tagantung

Hangend huis. Een beetje verwarrend als je bedenkt dat er een huis op palen mee wordt bedoeld. Feitelijk zou je dit traditionele type woning en stamhuis of ruma pusaka mogen noemen. Mits het inderdaad het oorspronkelijk stamhuis van de ruma tau of mata rumah (familie) zou zijn. In dat geval zou het ook de TEUN (naam) van de familie moeten dragen, dat was namelijk usance. Los van de ruma pusaka, de erf-woning, wordt er ook gesproken over een RUMA INA (moederhuis). Maar vermoedelijk is deze term identiek met het begrip ruma tau. Het betekent wel huis, maar doelt op de familie en niet op een "opstal" of gebouw. Het traditionele huis bestond slechts uit één kamer van ca. 9 x 7 meter. De vloer bevond zich ongeveer 180cm boven het maaiveld. De nok loopt evenwijdig aan de lijn oost-west. Die ene kamer werd gebruikt om te slapen, te koken, te eten en om de eigendommen van de familie in te bewaren.

De kamer was - door de denkbeeldige diagonaal noordwest-zuidoost - verdeeld in een mannelijk- en een vrouwelijk gedeelte. Het noordoostelijke deel was de mannelijke zijde waar de TUAN RUMAH, de heer des huizes, een rek had waarop hij zijn wapenuitrusting en zo bewaarde. Je vond er bovendien de eerdergenoemde bamboe met sageru. De vrouwelijke zijde bevatte - in een uitgebouwde nis in de westwand - de stookplaats met daarboven een rek voor het kookgerei en dergelijke. Telde het huishouden veel mannelijke leden dan bouwde men aan de noord- en oostzijde van het huis een soort galerij of balkon op vloerhoogte. Daar konden de heren dan hun vermoeide ledematen strekken. Aan de zuidzijde van de woning - waar zich ook de ingang bevond met ladder of trap - had men een ca. 75cm boven de grond een zitplatform, de zogenaamde DEGU-DEGU of NATAMINO gebouwd. De tussenruimte van de huizen onderling mat op z'n minst 6 meter, maar dat is natuurlijk niet veel in een land waar je de ruimte hebt.
klik op de foto voor een vergroting
klik op de foto voor een vergroting
Alfoers (Nuaulu) dorp aan de zuid-kust okt.1987

Rumah pemali.

Verboden huis. Een zwaar beladen term voor niets anders dan een armzalige hut, gebouw voor (en meestal door) een zwangere vrouw. Daar sta je toch wel even van te kijken als je anno 1987 hoort dat dit soort bouwsels nog steeds geconstrueerd worden en in gebruik zijn. Maar laten we het even op een rijtje zetten. In de dorpen van de Wemale Alfoeren was en is het gebruikelijk dat de vrouwen zich gedurende de menstruatieperioden en bevallingen afzonderden in een boven omschreven gevalletje door de betreffende juffrouw of mevrouw zelf geconstrueerd. In de zogeheten onreine zone.

In de talen van de West-Ceramese Alfoeren zijn er verschillende benamingen voor. In Elpaputih noemen ze het bouwwerkje RUMA MORINE, elders TIKOSUNE. Dat laatste woord is afgeleid van PIPINA TIKOKOSU (onreine vrouw), een betiteling voor vrouwen in de menstruatieperiode of inde gezegende toestand. De rumah pemali was voor een ieder pemali ( verboden toegang), in het bijzonder voor mannen. De enige die er buiten de betrokken vrouw toegang toe had was de BIANE of TUKANE, een juffrouw met de functie van vroedvrouw.

Kerk en school.

Na de overgang tot het Christendom of de Islam werd het religieuze centrum van het dorp verrijkt met een kerkgebouw of een misjid (moskee). In het huidige Makariki stond de kerk - tot 1944 - tegenover de Rumah Radja, vlak bij de Batu Pemali en de verdwenen Baileo. In de tweede wereldoorlog ging het gebouw verloren door een "near-misser", een geallieerde bom die er slechts enkele meters naast viel. De tegenwoordige kerk, een geschenk van de eerste President van de Republik Indonesia, Z.E. Sukarno, werd opgetrokken op een terrein even ten noordoosten van de voormalige baileo.

De school stond oorspronkelijk tegenover de Baileo, op de plaats waar zich nu het gebouwtje van de coöperatie bevindt. Ze werd later verplaatst naar de noordzijde van het dorp, niet ver van de begraafplaats in een nieuw gebouw. Het voormalige schoolgebouw ging toen als pasanggrahan (logeerverblijf) fungeren. Na een grondkwestie met Amahai werd de school overgebracht naar de linkeroever van de Nalawaë, net buiten de bebouwde kom van het dorp. In de loop der tijd kwam er een nieuw gebouw dat tot 1988 nog als dependance van de S.M.P. (Sekolah Menengah Pertama), de primaire middelbare school, in gebruik was. Tegenover de oude SD (Sekolah Dasar), de basis school, aan de Nalawaë staat thans de kleuterschool van het dorp.

Inmiddels is ongeveer op een kilometer oostelijk vanaf de begraafplaats, een geheel nieuw scholencomplex verrezen, bestaande uit een SD en een SMP. Tussen de Nalawaë en Kolam Mairima, aan de landzijde (oostelijk) van de weg van Masohi, is een missiecomplex verrezen. Het bestaat uit een Rooms Katholieke kerk en een aantal woningen die in 1988 in gebruik zijn genomen. <

klik op de foto voor een vergroting
De oude kerk tijdens de officiele inwijding door Ds. W.H. Tutuarima omstreeks 1932.
Gereja Lama pada waktu tahbis-resmi oleh pdt. W.H. Tutuarima, sekira-kira tahun 1932

klik op de foto voor een vergroting
Het eerste onderwijs.Taman kanak-kanak.

klik op de foto voor een vergroting
Het gevorderde onderwijs: De (voormalige) basisschool aan de Nalawae.
Sekolah Dasar lama di pinggir tepi Nalawae

klik op de foto voor een vergroting
De nieuwe basis school. Sekolah Dasar baru

klik op de foto voor een vergroting
De Primaire Middelbare School. Sekolah Menengah Pertama
klik op de foto voor een vergroting
De nieuwe kerk. (op de foto R.F.Wattimena)


 


Makarikiwebdesign@2020. © L. Brauns